Een oorlogsmuseum als finalist voor een ondernemersprijs? Bij Oorlogsmuseum Medemblik blijkt die combinatie minder vreemd dan op het eerste gezicht lijkt. Lars Rustenburg maakte van de ideële hobby van zijn ouders een snelgroeiende organisatie waarin educatie, maatschappelijke betrokkenheid en ondernemerschap samenkomen. Het museum is een van de twaalf finalisten van de NHN Business Awards 2026.
In de podcastserie *De Kracht achter het Succes* praat Rustenburg met presentatoren Ger Welbers en Esther Zijl, directeur van Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord en juryvoorzitter van de NHN Business Awards, over die groei en zijn grote ambities voor de toekomst.
Rustenburg leek aanvankelijk een heel andere kant op te gaan. Na zijn studie bedrijfseconomie probeerde hij aan de slag te gaan in het groente- en fruitbedrijf van zijn familie. Dat bleek niet zijn wereld. Zijn ouders waren ondertussen begonnen met het Educatief WO2 Centrum en Rustenburg hielp als penningmeester. Toen hij zag dat er jaarlijks tienduizenden euro’s familiegeld in verdwenen, besloot hij zich ermee te bemoeien. „Ik dacht: hoe tof zou het eigenlijk zijn als ik hier mijn droombaan van kan maken?”
Die droombaan draait voor hem niet alleen om geschiedenis. „Hoe meer ik erover weet, hoe meer ik erachter kom hoeveel ik nog niet weet.” Maar bezoekers hoeven van Rustenburg vooral niet alleen naar huis te gaan met kennis over helmen, uniformen en voertuigen. „Bij ons gaat het echt om vanuit het verleden na te denken over het maken van keuzes. En wat die keuzes voor gevolgen hebben, niet alleen voor jezelf, maar ook voor de vrijheid, gelijkheid en saamhorigheid van anderen.” (tekst loopt door onder de foto)
Links Ger Welbers, in het midden Lars Rustenburg en rechts Esther Zijl. (foto: Streekstad Centraal)
Tegelijkertijd moet ook een museum zijn rekeningen betalen. En juist daarin kiest Medemblik een opvallende koers. „Je moet je tickets verkopen, je moet inkopen doen, je moet je contracten afsluiten.” Jaarlijks ontvangt het museum ruim 500 groepsarrangementen en meer dan 200 schoolklassen. Daarnaast worden tientallen stagiaires en deelnemers van maatschappelijke partners begeleid. „Je probeert ernaar te streven dat je qua continuïteit tientallen jaren vooruit kunt.”
De groei is fors. In 2019 begon het museum met een expositie van 225 vierkante meter en acht vrijwilligers. Inmiddels gaat het om 3000 vierkante meter, 130 vrijwilligers, zestien medewerkers en zo’n 36.000 bezoekers. Rustenburg wil opnieuw verdubbelen naar 6000 vierkante meter. „Dat is zeker ambitieus, maar ten opzichte van de groei die we al doorgemaakt hebben, hebben we er alle vertrouwen in.”
Opvallend is dat volgens Rustenburg slechts 6 procent van de inkomsten uit structurele subsidie komt. De rest moet grotendeels worden verdiend of via samenwerkingen worden gevonden. „Wij staan liever op meerdere poten.” Groepsarrangementen, Experience Tours, ritten met historische voertuigen en koken op originele veldkeukens leveren inkomsten op, maar blijven tegelijkertijd onderdeel van het verhaal dat het museum wil vertellen.
De maatschappelijke boodschap blijft daarbij vooropstaan. Aan de hand van dilemma’s uit de oorlog wil Rustenburg bezoekers laten nadenken voordat ze een oordeel over iemand vellen. „Dat pak je ook bij hedendaagse maatschappelijke thema’s, zoals polarisatie. We zouden eerst eens het verhaal van iemand anders moeten vragen, in plaats van meteen ons oordeel klaar te hebben.”
Het meest trots is Rustenburg dan ook niet op bezoekersaantallen of omzet. „Dat het idee dat vanuit mijn ouders is gestart zo enorm breed gedragen wordt.” Met 130 vrijwilligers, sponsors en talloze partners is het volgens hem allang geen familieproject meer. „Daar ben ik echt wel trots op. Dat we dat in een paar jaar tijd voor beweging in gang hebben kunnen zetten.”
Als alles volgens plan verloopt, moet de grote uitbreiding rond 2028 of 2029 werkelijkheid worden. Daarmee wil Oorlogsmuseum Medemblik verder groeien van regionale naar landelijke trekpleister, zonder zijn oorspronkelijke doel uit het oog te verliezen: het verleden gebruiken om mensen te laten nadenken over de keuzes van vandaag.
In de podcastserie *De Kracht achter het Succes* praat Rustenburg met presentatoren Ger Welbers en Esther Zijl, directeur van Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord en juryvoorzitter van de NHN Business Awards, over die groei en zijn grote ambities voor de toekomst.
Rustenburg leek aanvankelijk een heel andere kant op te gaan. Na zijn studie bedrijfseconomie probeerde hij aan de slag te gaan in het groente- en fruitbedrijf van zijn familie. Dat bleek niet zijn wereld. Zijn ouders waren ondertussen begonnen met het Educatief WO2 Centrum en Rustenburg hielp als penningmeester. Toen hij zag dat er jaarlijks tienduizenden euro’s familiegeld in verdwenen, besloot hij zich ermee te bemoeien. „Ik dacht: hoe tof zou het eigenlijk zijn als ik hier mijn droombaan van kan maken?”
Die droombaan draait voor hem niet alleen om geschiedenis. „Hoe meer ik erover weet, hoe meer ik erachter kom hoeveel ik nog niet weet.” Maar bezoekers hoeven van Rustenburg vooral niet alleen naar huis te gaan met kennis over helmen, uniformen en voertuigen. „Bij ons gaat het echt om vanuit het verleden na te denken over het maken van keuzes. En wat die keuzes voor gevolgen hebben, niet alleen voor jezelf, maar ook voor de vrijheid, gelijkheid en saamhorigheid van anderen.” (tekst loopt door onder de foto)
Links Ger Welbers, in het midden Lars Rustenburg en rechts Esther Zijl. (foto: Streekstad Centraal)Tegelijkertijd moet ook een museum zijn rekeningen betalen. En juist daarin kiest Medemblik een opvallende koers. „Je moet je tickets verkopen, je moet inkopen doen, je moet je contracten afsluiten.” Jaarlijks ontvangt het museum ruim 500 groepsarrangementen en meer dan 200 schoolklassen. Daarnaast worden tientallen stagiaires en deelnemers van maatschappelijke partners begeleid. „Je probeert ernaar te streven dat je qua continuïteit tientallen jaren vooruit kunt.”
De groei is fors. In 2019 begon het museum met een expositie van 225 vierkante meter en acht vrijwilligers. Inmiddels gaat het om 3000 vierkante meter, 130 vrijwilligers, zestien medewerkers en zo’n 36.000 bezoekers. Rustenburg wil opnieuw verdubbelen naar 6000 vierkante meter. „Dat is zeker ambitieus, maar ten opzichte van de groei die we al doorgemaakt hebben, hebben we er alle vertrouwen in.”
Opvallend is dat volgens Rustenburg slechts 6 procent van de inkomsten uit structurele subsidie komt. De rest moet grotendeels worden verdiend of via samenwerkingen worden gevonden. „Wij staan liever op meerdere poten.” Groepsarrangementen, Experience Tours, ritten met historische voertuigen en koken op originele veldkeukens leveren inkomsten op, maar blijven tegelijkertijd onderdeel van het verhaal dat het museum wil vertellen.
De maatschappelijke boodschap blijft daarbij vooropstaan. Aan de hand van dilemma’s uit de oorlog wil Rustenburg bezoekers laten nadenken voordat ze een oordeel over iemand vellen. „Dat pak je ook bij hedendaagse maatschappelijke thema’s, zoals polarisatie. We zouden eerst eens het verhaal van iemand anders moeten vragen, in plaats van meteen ons oordeel klaar te hebben.”
Het meest trots is Rustenburg dan ook niet op bezoekersaantallen of omzet. „Dat het idee dat vanuit mijn ouders is gestart zo enorm breed gedragen wordt.” Met 130 vrijwilligers, sponsors en talloze partners is het volgens hem allang geen familieproject meer. „Daar ben ik echt wel trots op. Dat we dat in een paar jaar tijd voor beweging in gang hebben kunnen zetten.”
Als alles volgens plan verloopt, moet de grote uitbreiding rond 2028 of 2029 werkelijkheid worden. Daarmee wil Oorlogsmuseum Medemblik verder groeien van regionale naar landelijke trekpleister, zonder zijn oorspronkelijke doel uit het oog te verliezen: het verleden gebruiken om mensen te laten nadenken over de keuzes van vandaag.
