Het is koud, guur en de zenuwen gieren door haar lijf wanneer Streekstad Centraal verslaggever Isabel van Avezaath zich zondag opmaakt voor de 51ste editie van de Egmond Halve Marathon. De weersomstandigheden passen precies bij de beruchte reputatie van dit loopevenement.
"De wind snijdt langs mijn wangen en laat er geen twijfel over bestaan: dit wordt geen makkelijke dag. Maar juist dát is wat deze wedstrijd zo legendarisch maakt", zo begint ze haar relaas:
Om in Egmond te komen moet ik gebruikmaken van een van de pendelbussen. Parkeren in de buurt van het Sportpaleis in Alkmaar blijkt nog een hele opgave. Auto’s kruipen langzaam vooruit en elk vrij plekje lijkt al vergeven voordat ik het kan zien. Terwijl ik mij - een tikkeltje gestrest - alvast richting de bussen begeef, vinden mijn ouders en mijn zusje - mijn trouwe support - uiteindelijk een plek voor mijn auto. Een geruststellende gedachte, want vanaf daar verloopt alles gelukkig soepel. De bussen vertrekken snel achter elkaar en voor ik het weet ben ik, lekker warm, onderweg naar Egmond.
De bus brengt mij naar een sporthal, waar ik me nog even in de warmte kan omkleden en klaarmaken. Daarna loop ik het laatste stuk richting de start. Net als bij de Alkmaar City Run by Night doe ik dit niet alleen: ik ben samen met een goede vriendin van mij, Floor. Dat maakt de spanning meteen een stuk draaglijker.
Eenmaal wedstrijdklaar begeef ik mij richting het startvak. Om het beetje warmte dat ik heb vast te houden, draag ik een poncho. Het ziet er misschien wat gek uit, zo zonder regen, maar om mij heen zie ik tientallen lopers die precies hetzelfde doen. Baat het niet, dan schaadt het niet. (tekst gaat door onder de foto)
Met een poncho voor de warmte, gezonde spanning maar vooral heel veel zin stond ik samen met Floor te wachten tot we konden beginnen aan de zwaarste Halve marathon van Nederland. (foto: Streekstad Centraal)Bij het startvak aangekomen sta ik in een grote groep te wachten tot we langzaam mogen opschuiven. Het voelt een beetje alsof ik een boerderijdier ben dat staat te trappelen om de stal uit te mogen. Stukje bij beetje komt de start dichterbij. Het lichte sneeuwvalletje dat inmiddels inzet, maakt het ongeduld alleen maar groter. Niet alleen bij mij, maar ook bij de vele lopers om mij heen. "Het is zó immens koud, laat me nu maar eens beginnen hoor," hoor ik iemand zeggen.
En dan is het zover. Ik stap over de startlijn en denk: waar ben ik aan begonnen? Langs de kant staan mijn ouders en mijn zusje luidkeels te schreeuwen. Hun enthousiasme geeft me direct een extra energieboost. Ik doe het gewoon, denk ik. Het eerste stuk over de normale weg verloopt soepel. Maar al snel komt het deel waar ik het meest tegenop zie: het strand.
Mijn voorbereiding is niet ideaal geweest. Een beetje blessureleed en de feestdagen helpen niet bepaald mee. Die ene keer trainen op het strand moet het dus doen. De ondergrond verschilt voortdurend. Stukjes hout, losse stukken zand en hier en daar ijs dwingen me om constant alert te zijn op waar ik mijn voeten neerzet. Alsof dat nog niet genoeg is, staat er vrijwel constante tegenwind. Om mij heen hoor ik mensen hijgen. Zeven kilometer strand is geen grap. (tekst gaat door onder de foto)
In de barre winterse omstandigheden trotseerden zondagmiddag zo'n 18.500 hardlopers de zwaarste 21,1 kilometer van Nederland. (foto: Streekstad Centraal)Tegelijkertijd is het ook indrukwekkend. Het gevoel dat je met zóveel mensen tegelijk langs de kust rent, terwijl een enorme slang van lopers zich voor en achter je uitstrekt, is onbeschrijfelijk. Een beeld dat ik niet snel zal vergeten. Na het strand is het zwaarste deel achter de rug. Tenminste, dat denk ik. Vervolgens moet ik de duinen in.
De afgelopen jaren was de route aangepast vanwege hoge grondwaterstanden, maar dit jaar is de route weer bijna helemaal zoals voorheen. En pittig is het. Oneffen paden, constant omhoog en omlaag, een ware aanslag op mijn lichaam. Zeker in deze winterse omstandigheden. Ik heb me goed ingepakt en zie om mij heen veel lopers die hetzelfde hebben gedaan. Al zijn er ook mensen in korte broek. Krankzinnig, als je het mij vraagt.
Na de duinen breekt eindelijk het 'makkelijkere' gedeelte aan. De route stuurt me over het terrein van Camping Bakkum, waar volop publiek staat om mij en de vele andere lopers aan te moedigen. Ook het mini-stukje door Heiloo blijft niet onopgemerkt. Twintig hele meters loopt de route door Heiloo en de Heilooërs zijn daar zichtbaar trots op. Met plaatsnaambordjes is voor iedereen duidelijk: ook Heiloo hoort erbij. (tekst gaat door onder de foto)
Langs het kleine stukje van de route dat door Heiloo gaat staat een groep trotse Heilooërs de hardlopers enthousiast aan te moedigen. De straatnaambordjes laten zien waar je Heiloo in komt en waar alweer uitgaat. (foto: Streekstad Centraal)Op de route staan meerdere kraampjes waar je water, banaan of warme energiedrank kunt pakken. Iedere keer als ik er eentje zie opdoemen, voelt dat als een kleine overwinning. Bij kilometer tien krijgen alle hardlopers een energiegelletje. Normaal ben ik daar geen fan van, maar deze glijdt verrassend goed naar binnen. Of het echt helpt weet ik niet, maar het idee dat er weer wat energie mijn lichaam in gaat, doet me goed.
Na kilometer vijftien voelt het extra bijzonder. Verder dan dit heb ik nog nooit gerend. Hoe je het ook wendt of keert: het wordt sowieso een persoonlijk record. Een fijn gevoel. De kilometers tikken gelukkig snel weg en voor ik het weet passeer ik het bordje van negentien kilometer en het laatste waterpunt. (tekst gaat door onder de foto)
Tijden de laatste meters naar de finish konden de hardlopers rekenen op een hele boel aanmoediging vanaf de zijkant. (foto: Streekstad Centraal)Dan volgt volgens Floor, mijn hardloopmaatje, de laatste echte uitdaging: de Bloedweg. Zij loopt de Egmond Halve Marathon voor de tweede keer en weet daarom precies wat er komt. Het is een kort stuk, maar behoorlijk steil. Dat voel ik. Bovenaan worden we beloond met tromgeroffel, muziek, luid applaus en - nog beter - chocolademelk, mede mogelijk gemaakt door de trouwe support van Floor. Het is de perfecte boost voor de laatste kilometers.
Dan een kilometer verder zie ik in de verte de vuurtoren al staan. Dat betekent dat het er bijna op zit. Eindelijk. Een bord met de tekst 'Nog 900 meter afzien' bevestigt dat gevoel. Zodra ik voorbij de vuurtoren ben, begint het aftellen echt. Nog 200 meter. De weg wordt weer vlak en met mijn familie langs de kant en het publiek dat alles geeft, pers ik er nog een laatste sprint uit richting de finish. Het zit erop. De zwaarste halve marathon van Nederland. Een persoonlijk record. Iets om trots op te zijn. Maar één ding weet ik ook zeker: dit was één keer... en nooit weer.
